Onderzoek toont keer op keer aan: een groot deel van de BI- en data-projecten levert niet wat ervan verwacht werd. Dat ligt zelden aan de technologie. Het zit hem in vijf terugkerende patronen — die je kunt herkennen en vermijden.
1. Geen duidelijke business case
Projecten die starten met ‘we willen betere data’ eindigen zelden succesvol. Een sterke business case benoemt specifiek welke beslissingen beter worden, door wie, en wat dat oplevert. Begin hier altijd mee.
2. De gebruiker wordt te laat betrokken
Dashboards die zijn gebouwd zonder de eindgebruiker te betrekken, worden niet gebruikt. Plan minimaal twee gebruikerssessies in: één voor de requirements en één halverwege voor feedback.
3. Datakwaliteit wordt onderschat
Vuile data in, vuile inzichten uit. Veel projecten onderschatten hoeveel tijd schoonmaken van brondata kost. Reken standaard 30% van de projecttijd in voor datakwaliteitswerk.
4. Te groot beginnen
Een ‘big bang’-aanpak — alles tegelijk — is verleidelijk maar riskant. Lever liever kleine, werkende onderdelen op. Dat bouwt vertrouwen en geeft ruimte voor bijsturing.
5. Geen eigenaar na oplevering
Na de lancering haken veel projectteams af. Maar wie houdt de dashboards actueel? Wie traint nieuwe medewerkers? Benoem een data-eigenaar vóórdat je live gaat.
Bij QDTA werken we met een DevOps-aanpak: transparant, iteratief en met jou als eigenaar van het resultaat.
Wil je een BI-project aanpakken zonder de bekende valkuilen? Praat met QDTA.
Neem contact op via qdta.nl — jouw vriend in data.